U heeft het natuurlijk gelezen: er is weer eens een vliegtuig naar beneden gekomen. In het zuidwesten van Iran. Een F-15E Strike Eagle, een vliegend fort van ruim een miljoen dollar, simpelweg uit de lucht gepaft.
De bemanning is inmiddels gered, maar één van de twee zwierf twee dagen rond tussen de hagedissen. Terwijl Trump en co zich in Washington op de borst kloppen, herinnert dit incident ons eraan dat de mens in de oorlogvoering eigenlijk maar een hoogst kwetsbaar zakje water is.
Tekst gaat door onder het nieuwsbrief-blok.
De lulkoek van Hegseth
Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van Oorlog, beweerde deze week dat de Iraanse luchtverdediging feitelijk niet bestaat. Volgens hem konden de Amerikanen er met antieke B-52 bommenwerpers overheen kachelen alsof het een zondagsritje naar de Veluwe was.
Nou, de praktijk is weer eens weerbarstiger dan de borrelpraat. Die F-15 is neergehaald, en dat is een bittere pil voor de Amerikaanse eigendunk. Het bewijst maar weer dat hoogmoed altijd voor de val komt, in dit geval letterlijk met een rotgang richting de Iraanse woestijnbodem.
Herinnering aan Scott O’Grady
Dit hele circus doet denken aan de jaren ’90, de Balkanoorlogen. Een prachtig verhaal voor de Paasbrunch. U herinnert zich waarschijnlijk die hele vertoning uit 1995 nog wel.
Kapitein Scott O’Grady, een man die door de Amerikaanse media onmiddellijk werd gecanoniseerd als een soort moderne halfgod, maar die in feite gewoon het slachtoffer was van een nogal knullige samenloop van omstandigheden. Hij vloog met zijn F-16 boven Bosnië – een gebied waar de Serviërs met hun antieke, maar effectieve Russische luchtdoorvoersystemen stonden te koekeloeren – en werd pardoes uit de lucht geschoten door een SA-6 raket.
Daar ga je dan, met je miljoenen kostende tech-speeltje. O’Grady schoot zichzelf de cockpit uit en bungelde daar ergens boven vijandelijk gebied aan een parachute. Een tamelijk gênante positie voor een officier.
Wat volgde was een staaltje biologische koppigheid dat zes dagen duurde. O’Grady begreep heel goed dat als hij door de Bosnische Serviërs gepakt zou worden, hij als een soort levende reclamezuil voor hun zaak zou worden misbruikt. Dus wat doe je dan? Je kruipt in de modder.
Hij hield zich overdag schuil onder een camouflagenet (alsof hij een figurant was in een slechte oorlogsfilm) en bewoog zich alleen ’s nachts heel behoedzaam voort. Maar ja, een mens moet eten. En aangezien er in de Bosnische bossen geen Albert Heijn om de hoek zit, was hij aangewezen op wat de natuur hem bood.
Hij vrat letterlijk gras, mieren en naaktslakken om in leven te blijven. Hij dronk regenwater dat hij opving in zijn vliegershandschoenen of sponsjes.
Het wordt altijd gepresenteerd als een heroïsch epos, maar laten we wel wezen: het is pure, ongefilterde ellende. Het idee dat je als hoogopgeleide piloot, die getraind is om met supersonische snelheden door het zwerk te scheren, eindigt met het kauwen op een bosmier omdat je anders omvalt van de honger… het is een nogal wrange relativering van onze technologische superioriteit.
De onvermijdelijke reddings-show
Uiteindelijk wist hij met zijn radiootje contact te maken met een overvliegende collega. Dat leidde tot een reddingsoperatie waarbij 40 vliegtuigen en helikopters betrokken waren, inclusief een peloton mariniers die hem met veel machtsvertoon uit de bosjes visten. O’Grady kwam eruit tevoorschijn, trillend op zijn benen en flink afgevallen, maar hij had het overleefd.
Het werd een mediacircus van jewelste. Hij mocht zelfs op de koffie bij Bill Clinton in het Witte Huis. Maar achter al die glitter en glorie schuilt de rauwe les die ook de piloot in Iran nu aan het leren is: als de techniek het af laat weten, ben je weer gewoon dat kwetsbare zoogdier dat moet hopen dat de nacht donker genoeg is en de slakken een beetje te verteren zijn.
Het komt dan aan op overleven.
SERE: De kunst van het niet-doodgaan
De Amerikanen hebben daar natuurlijk weer een dure afkorting voor bedacht: SERE. Survival, Evasion, Resistance, Escape. Het klinkt als een spannende jongensfilm, maar het is in feite een wanhopige poging om de menselijke beperkingen te maskeren.
Ejectie (Ejection): Je schiet jezelf uit een brandend toestel en hoopt dat je parachute opengaat. Een tamelijk radicale manier van reizen.
Ontwijking (Evasion): Je verstoppen in een greppel en hopen dat de lokale bevolking je niet vindt voordat de helikopters er zijn.
Resistentie (Resistance): De training om niet door te slaan als ze je ondersteboven hangen en onaardige vragen stellen.
Communicatie (Communication): Met een klein radiootje piepsignalen sturen naar Irak of Syrië, in de hoop dat iemand luistert.
Verplichte kost voor de historisch ongeletterden
-
De Iran-Oorlog
€ 7,95 -
Het spel van Iran dat we niet zien
€ 6,99 -
Waarom Iran de oorlog wint
€ 7,95
Een zinloze exercitie?
De reddingsoperatie die nu gaande is met C-130’s en helikopters is ongetwijfeld de meest intense sinds die Balkantoestand. Men hoopt dat de duisternis van de nacht deze piloot een voordeel geeft. Het is een race tegen de klok, want voor de Iraniërs is zo’n piloot natuurlijk een prachtige martelaar voor de bühne.
Laten we vooral ophouden met de illusie dat techniek ons onkwetsbaar maakt.
Het is die fundamentele menselijke zwakte die we in onze zucht naar militaire prestige steeds weer proberen te vergeten. Maar de werkelijkheid, die trekt zich daar niks van aan. Die schiet je gewoon uit de lucht.
Podcast #985
Mocht u na dit relaas over slakkenvretende piloten en de overschatting van de techniek behoefte hebben aan nog meer van dit soort vrolijke bespiegelingen, dan kan ik u mijn podcast met Tom Jessen van harte aanbevelen. We praten daar uitgebreid verder over deze Iraanse toestand, de merkwaardige bemoeienis van de paus en waarom we waarschijnlijk nooit een vakantiehuisje op Mars zullen bezitten.
U vindt de aflevering in die onvermijdelijke apps waar u tegenwoordig alles op schijnt te luisteren. Druk vooral op dat knopje ‘volgen’ of ‘abonneren’ – dat schijnt tegenwoordig van levensbelang te zijn voor het voortbestaan van dit soort mediaprojecten. Ik zie u daar.
Nu ben ik natuurlijk benieuwd: bent u ook zo’n onverbeterlijke optimist die gelooft dat we met een paar miljard aan technologie en de borrelpraat van types als Hegseth werkelijk onkwetsbaar zijn in het Midden-Oosten? Of ziet u inmiddels ook in dat de geschiedenis van O’Grady zich in Iran gewoon op pijnlijke wijze herhaalt?
Mocht u gegronde argumenten hebben waarom deze vlieger in de Iraanse woestijn er – tegen alle historische wetmatigheden in – toch beter vanaf zal komen dan met een dieet van rauwe slakken, dan hoor ik dat graag.



